De afgelopen decennia stuwden bevolkingsgroei, toenemende welvaart en uitbreiding van het stedelijk gebied de winkelmarkt. De markt is echter in korte tijd drastisch veranderd en zelfs onderdeel geworden van het maatschappelijk debat. In de media verschijnen bijna dagelijks berichten over de successen van de online retail, oplopende leegstand en / of de faillissementen van gevestigde retailers. Dit heeft ook de politiek bereikt. Zo kondigde Minister Kamp onlangs nog aan dat er een landelijk team samengesteld wordt, dat samen met de detailhandel, de vastgoedsector, gemeentes en provincies na gaat denken over oplossingen voor het te veel aan vierkante meters winkelruimte.

“Leegstand wordt als een maatschappelijk probleem ervaren dat vanuit de leefbaarheid van dorpen en steden bestreden moet worden”


Velen vatten de huidige veranderingen van de winkelmarkt samen onder de noemer ‘transitie’. De transitie is echter veelomvattend en nog lang niet ten einde. Ondanks dat de transitie veel besproken is - de doemdenkers roepen dat het einde van de fysieke winkels nabij is en de ras-opportunisten claimen dat de oude tijd terugkeert - is er nog maar weinig bekend over de feitelijke betekenis ervan voor de toekomst van onze winkelgebieden.

“Het echte probleem schuilt niet zozeer in de transitie en de gevolgen daarvan, maar des te meer in hoe de winkelstructuur en de winkelgebieden zich moeten aanpassen aan de wensen van de nieuwe tijd.”

Vast staat dat onze winkelgebieden ook in de toekomst betekenis hebben, maar anders dan voorheen. De toegevoegde waarde van het fysieke winkelen zit steeds minder in het aanbod (ergens iets moeten kopen), maar des te meer in de interactie en beleving (het leuk vinden om ergens, met en tussen andere mensen, te zijn). Vitale winkelgebieden zijn plekken waar de gebruikers (consumenten en ondernemers) centraal staan, waar ruimte is voor vernieuwing (gedreven door lokaal ondernemerschap en creativiteit van mensen) en met een eigen identiteit (het onderscheidend vermogen van het gebied). Het zijn deze vitale gebieden die het best in staat zijn om mee te veranderen met de tijd en daarom hebben deze gebieden de toekomst.

“De waarde van een object zit niet in de stenen, maar in de aard en intensiviteit van het gebruik. Vitale gebieden zijn in staat om mee te veranderen met de tijd en daarom hebben deze locaties de toekomst.”

In een sterk veranderende markt krijgt ook de vastgoedprofessie een andere betekenis. Waar vastgoed voorheen vooral cijfermatig, reactief en conservatief was, is steeds vaker een flexibele en proactieve aanpak nodig gericht op het genereren van de vitaliteit. Waar in het verleden een winkelproject werd benaderd vanuit verschillende vakdisciplines, zijn de grenzen hiertussen inmiddels grotendeels vervaagd. Vakinhoudelijke kennis wordt bovendien interactief met elkaar gedeeld en getoetst. Snelheid van handelen is essentieel, het gebruik van data en informatie een voorwaarde en kennis van gebruikersgroepen neemt structureel toe.

"De paradox van het winkelvastgoed wordt zichtbaar: vastgoedpartijen streven vanaf macro-niveau naar zekerheid, maar van onderuit vraagt de markt juist aandacht voor de gebruiker en flexibiliteit." 

Vanuit de vastgoedprofessie is een duidelijke trend zichtbaar, waarbij er steeds meer behoefte is aan kennis en middelen op macroniveau (denk aan informatiesystemen), terwijl men voor de uitvoering steeds meer vraagt om oplossingen op microniveau (kennis van de lokale markt). Deze verschuiving tekent zich overigens af bij alle betrokken partijen in het vastgoed (retailer, eigenaar, beheerder, makelaar, marketeer, overheidsinstanties, etc.). Vastgoedprofessionals die begrijpen hoe de winkelmarkt aan het veranderen is, weten dus ook hoe zij zichzelf moeten veranderen.

U kunt de volledige uitgave over de transitie van de Nederlandse winkelmarkt hier downloaden.